gemaakt op : 11 feb. 2016

Bestuurslid Feestzaken

De afgelopen weken is veel in de voetbalwereld aan mijn aandacht ontsnapt. Mijn schoonvader werd onverwachts opgenomen in het ziekenhuis en ruim een week na die opname mochten we als nabestaanden de begrafenis gaan regelen. Zo is het leven helaas soms ook. De wedstrijd is voor hem gespeeld, waarbij wij als familie een periode hebben geleefd tussen hoop en vrees, berusting dat het niet meer goedkomt, tot intens verdriet en nu het gemis.

In de laatste derbykrant van De Bunschoter mocht ik een stukje schrijven over mijn mooiste derby-ervaring. Ik koos ervoor om het te hebben over de wedstrijd van 29 november 2014, waarin de Blauwen een halfuur lang als een wervelende orkaan over het veld trokken en voor IJsselmeervogels het rustsignaal als een verlossing klonk. Ik zag het samen met mijn schoonvader, zittend op de Zuid-tribune achter de goal. Ik zag de Blauwe wervelstorm, maar ook de enorme blijdschap en trots van de man die ik mocht leren kennen.

Als we zondag bij hem een bakkie gingen doen – en daarna een bakkie bier – werd uiteraard gesproken over de rooien en de Blauwen. Jan Koelewijn volgde het op de voet via de LOS en had altijd zijn mening paraat, waarbij hij de buurman graag op de hak nam en zijn grote voorkeur voor Blauw liet gelden. Tientallen keren heeft hij ook de anekdote verteld dat hij door het bestuur van SV Spakenburg was geschorst. “Ik gaf die scheidsrechter zo’n enorme opdoffer, ik mocht daarna niet meer spelen voor de Blauwen.” Ik zei daarop altijd dat bij de ingang nog steeds zijn foto hangt met daaronder de tekst: “Deze man is niet welkom, geschorst voor het leven.” Hij moest er altijd enorm hard om lachen.

Doordat ik wat vrijwilligerswerk bij SV Spakenburg ben gaan doen, besloot ik hem regelmatig mee te nemen naar de wedstrijden. Hij vond dat fantastisch. Zittend op de tribune, bekenden tegenkomen. En altijd die lach en zijn praatje klaar. Het Blauwe virus was weer volledig in hem gevaren, waardoor ik hem ook meenam naar uitduels. Zo was hij ook aanwezig in Volendam en zag ik hem meebewegen op de tribune, in gedachten een sliding makend als het spannend werd. Zag ik hem juichen en uiteindelijk trots kijkend naar het feestgedruis na het binnenhalen van de titel.

Soms nam ik hem ook weleens mee naar de bestuurskamer van de tegenstander. De ene keer bij Sparta Nijkerk zal ik nooit meer vergeten. Mijn schoonvader zat aan de bestuurstafel, de gastvrouw schonk een kop koffie in en kwam direct terug om een koekje te serveren. “Prima restaurant”, zei hij met een glimlach en dankte de vrouw uitvoerig, die met een glimlach weer weg ging. Vervolgens kwam een man zijn hand schudden. Mijn schoonvader stond op en zei: “Jan Koelewijn, bestuurslid Feestzaken. Want wij hebben nogal eens een feestje te vieren bij Spakenburg.” Na die opmerking zag ik hen beide enorm lachen, waarbij hij mij met die uitbundige lach aankeek. Ik dacht alleen: “Typisch mijn schoonpa. Een markante en bovenal goede kerel die van lachen hield, geen woord buiten de grens sprak, maar op vakantie met Engelsen, Turken en Oostenrijkers de grootste schik had. Zo was hij, het leven vierend.

Ik hoop dat we dit seizoen nog een feestje mogen vieren bij de Blauwen. En dan zal ik het ‘bestuurslid Feestzaken’ eren. De man die ik vreselijk mis.

Johan Petersen