gemaakt op : 24 nov. 2014

Bragging rights

Ik houd niet van polonaises. En als ik Kleintje Pils bij de Olympische Spelen tijdens een wedstrijd hoor toeteren, wil ik vooral die tuba ergens insteken. Het meest irritant van alles is echter de wave in een stadion.

In 1988 zat ik in het Rhein Stadion in Düsseldorf. Nederland won met 1-3 van Engeland dankzij een meesterlijke Marco van Basten en zou uiteindelijk de Europese titel pakken. In dat lelijke Duitse stadion met die sintelbaan zat ik als 17-jarige naast een echtpaar uit Friesland van rond de 70 jaar. Een uur voor de wedstrijd opende de vrouw de meegenomen broodtrommel. Haar man knikte van nee, hij kreeg ongetwijfeld net als ik geen hap door zijn keel. Nadat de eerste poulewedstrijd tegen de Sovjet-Unie was verloren, moest immers gewonnen worden.

Nadat ‘San Marco’ – als Feyenoorder toch mijn alltime hero – zijn derde had binnengeschoten, stond de man naast me te huppelen. Als een klein kind, de handen verticaal omhoog en met de broze benen van de grond verend. En vanuit het niets omhelsden we opeens elkaar. Na de wedstrijd deed hij dat ook bij zijn vrouw en nog een keer bij mij. Met tranen in z’n ogen, waarbij die Fries met trillende stem zei: “Dat ik dit…dat ik dit nog mag meemaken. Grandioos.” Bij die woorden hief hij zijn duim omhoog. “Grandioos."

Tegenwoordig gaan de duimen nog steeds omhoog in een stadion, vooral bij het Nederlands Elftal.  Maar dan omdat we ‘met z’n allen’ een nieuw wereldrecord langste wave hebben gevestigd. Ik vind het verschrikkelijk. Oranje staat achter, maar ach…als we maar lol hebben. En probeer je niet aan dat gefeest te onttrekken, want dan krijg je ruzie met je Oranje beschilderde buurman, die gewoon een gezellig dagje uit wil beleven. “Hé saaie piet, kom op, doe gezellig mee, verpest het nou niet, joh.” Het enige dat ik – geïrriteerd – kon zeggen: “Als u het niet erg vindt, probeer ik een voetbalwedstrijd te volgen. Daar, op dat groene gras beneden. Zou u ook eens moeten proberen. We staan trouwens achter.”

Tegenwoordig moet alles maar gezellig zijn. Nou, ik vind verliezen niet gezellig. Dus een wave ook niet en al helemaal niet bij een achterstand. In een stadion, of langs welk sportveld dan ook, moedig je je team aan. En zeker als ze achter staan. Een wave doe je, als het scorebord een 5-0 voorsprong aangeeft. Of als Sven Kramer op de 10 kilometer 2 minuten onder het wereldrecord rijdt. Dan mag Kleintje Pils ‘Er staat een paard in de gang’ in gang zetten. Niet eerder.

Nu Spakenburg in Sneek heeft gewonnen, kan het vizier volledig op de mooiste derby van Nederland. En ik voel nu al dezelfde spanning als toen in het Rhein Stadion. Die derby is trouwens alleen maar mooi als Spakenburg wint. Ik wil de Blauwe spelers dan ook graag – ten overvloede, maar toch –  er no even op wijzen dat de ‘bragging rights’ (letterlijk: het recht om op te scheppen) op het spel staan. Wayne Rooney zei het onlangs voorafgaand aan de beladen clash tussen Engeland en Schotland, waarmee hij bedoelde dat het land dat het duel zou verliezen dat nog lang zou moeten aanhoren. Tijdens de derby interesseert de kwaliteit van het spel mij dan ook geen zier, zolang SV Spakenburg maar wint. Dat wil ik meemaken. Verticaal met de handen omhoog springend. En daarna een biertje drinken met een grote glimlach. En dan kijk ik graag toe hoe in de sporthal de polonaise wordt gelopen.

Johan Petersen
PR SV Spakenburg