gemaakt op : 02 mrt. 2015

Een type Harry Hamstra

Ik denk dat geen mens een kwaad woord kan vertellen over Harry Hamstra. De technische man bij Sparta Nijkerk is zoals hij eruit ziet: aimabel, recht-door-zee en vol met humor. En hij is en blijft een Blauwe. Behalve dan als zijn Heurders tegen SV Spakenburg moeten spelen.

Vorige week zat ik samen met Harry in een uitzending van LOS-tv. Ik had me daarop verheugd. Niet op die camera’s, wel op Harry. Ik heb een bijzonder grote zwak voor hem. Een type van niet lullen maar poetsen, no-nonsense, beschaafd, geen opsmuk, maar gewoon zichzelf. Goed is goed, slecht is slecht. En dat dan ook gewoon zeggen. Lang niet iedereen is zo en zeker niet in de voetbalwereld, waarin sommige ego’s zo groot zijn dat ze over zichzelf struikelen. Harry heeft daar geen last van, die is veel te nuchter en struikelt hoogstens over een drempel, doordat mensen hem met een klap op de schouder iets te hartelijk begroeten.

Toen ik nog verslaggever was en Harry bij Spakenburg tijdelijk het stokje overnam van hoofdtrainer Ton du Chatinier (die assistent-trainer werd bij FC Utrecht) vroeg ik hem wat voor type trainer Spakenburg moest halen. Zijn antwoord was ongeveer zo: “Niet zo’n bravoure mannetje, niet eentje die de jongens de les gaat lezen. Eentje met lef, die ervoor zorgt dat de jongens met plezier op het veld staan, eerlijk en no-nonsense.” Een type Harry Hamstra, was mijn volgende vraag. Die bekende brede grijns kwam op zijn gezicht, waarna hij moest lachen. “Ja, daar zeg je wat. Maar dan een Harry die de papieren heeft om te mogen trainen.”

De uitzending bij de LOS was overigens verre van spectaculair. Voor de opnames en als de camera eventjes uitstond, was het veel interessanter. Met anekdotes, met zaken waar hij zich over opwindt en met opmerkingen die doen denken aan de Sahara: gortdroog. Met die twinkeling in zijn ogen, dat hij er zelf ook eigenlijk hard om moest lachen. Helaas was niet alles leuk, dat Harry zei. Hij kwam net terug uit het ziekenhuis en vertelde dat een al bestaande tumor onrustig is geworden. “Ze gaan het bestralen. Dan zien we wel weer verder.” En hij sprak over zijn nieuwe levensfase, waarin hij niet meer werkzaam is voor de gemeente Putten, maar op z’n 56ste van zijn prepensioen mag genieten. “Ik moet daarin mijn weg gaan vinden. Er breken andere tijden aan.”

Tussendoor ging het natuurlijk ook over voetbalonderwerpen. Maar als het erop aankomt, is dat eigenlijk het minst interessant. De laatste weken is terecht veelvuldig de zin gebruikt: voetbal is maar een bijzaak in het leven. Refererend aan GVVV-speler Joey Snijders, die na een ongeluk met zwaar letsel in het ziekenhuis ligt. In de studio van de LOS werd ik in korte tijd voor de tweede keer er keihard op gewezen dat voetbal een hele kleine bijzaak in het leven is. Mensen zijn de hoofdzaak. Dat merk je ook aan supporters in het land, die Joey niet als die tegenstander van GVVV zien. Die supporters zijn nu medestanders van hem.

Dat voetbalspelletje is leuk. Bijzonder leuk. Maar het stelt niks meer voor als je jezelf zorgen maakt om de mensen in je omgeving.

Johan Petersen
PR SV Spakenburg