gemaakt op : 30 okt. 2014

Gouden pik

In mijn voetballeven heb ik aardig wat trainers meegemaakt. Sommigen vond ik zo gek als een deur, voor een ander ging ik door deuren. Dat laatste zou ik ook doen voor Jochem Twisker.

‘Al kom je net bezopen uit de goot. Al heb je net nog met de vrouw van de voorzitter lopen rotzooien. Het interesseert me niks, als je er om half drie maar staat.’ Ik was nog een jong jochie en hoorde het mijn trainer – een oud-prof – vrijwel steevast in elke wedstrijdbespreking roepen. Bij elke zin sloeg hij zijn vuist in de palm van zijn andere hand om zijn woorden kracht bij te zetten. De zoon van de voorzitter zag en hoorde dat trouwens ook regelmatig, als hij mocht meedoen in de hoofdmacht.

Ik moest daar altijd vreselijk om grinniken. Op de een of andere manier zorgde dat voor ontspanning bij mij. Lachen moest ik ook als hij mij op de training probeerde doormidden te zagen. Ik was een jonkie in een verder redelijk ervaren team met enkele oud-profs. Het was zijn manier om mij harder te maken en te testen, denk ik. Maar die man, vol gedrevenheid, stond als eerste na de wedstrijd aan de bar om voor zichzelf en de spelers een biertje te bestellen, ook als we hadden verloren. Het was een aanpak waar ik me goed bij voelde.

Van een geheel andere orde was een trainer die je na een eerste ontmoeting eigenlijk al niet meer serieus nam. Liep altijd op hoogwaterbroeken (te kort dus), dronk bij wijze van spreken het liefst ranja met een rietje, was steevast als eerste na een training of wedstrijd weg en tijdens trainingen moest je een parcours lopen waar een paard de hik van kreeg. Het leek soms meer op een dressuurproef van Ankie van Grunsven; van de pilon links naar die op rechts, oversteken naar de andere pilon, in pas, in halve sprint, in volle sprint, keren…

De beste die ik heb meegemaakt was Peter Visee. Voor die man ging ik door deuren. Hij kon je op en top motiveren, een peoplemanager en een winnaar, ook al heeft hij bij Spakenburg dan niks gewonnen, helaas. Maar zijn voetbalvisie en zijn beleving vond ik geweldig, naast het feit dat hij buiten de lijnen ook een fijne kerel was, en is. Visee doet me wel denken aan Jochem Twisker. De trainer van Spakenburg, die gelukkig voor lange tijd is vastgelegd, is altijd realistisch in de commentaren na afloop van een wedstrijd en spreekt altijd over ‘wij’. Er zijn nogal wat voorbeelden van trainers die het over ‘wij’ hebben als er is gewonnen en ‘zij, de spelers die het niet goed hebben uitgevoerd’ als is verloren. Ik houd daar niet van. Daarnaast is zijn benaderbaarheid geweldig, zonder enig hautain gedrag en tijd voor iedereen, bij winst en verlies. Zeg maar ‘gewoon doen’, in een voetbalwereld waarin heel veel mensen ongewoon doen. Zijn tweet van enkele weken geleden typeert eigenlijk wel de mens Twisker. Hij schreef: ‘Zo diep in september is wel duidelijk dat zowel de pik van Louis als die van mij hoogstens een laagje goud bevat.’ Een prachtig relativerende opmerking, refererend aan de woorden van Jack van Gelder. De verslaggever vroeg tijdens het WK in Brazilië aan Louis van Gaal of hij een gouden pik had, omdat het zo geweldig ging met Nederland. Enkele weken later kreeg Louis weer kritiek, omdat het bij zijn nieuwe club Manchester United nog niet echt wilde vlotten. Jochem, vorig jaar kampioenenmaker, had met zijn ploeg in september ook even een mindere fase, waardoor het goud voor de buitenwacht wat minder leek. Maar zoals een zwaluw nog geen zomer maakt, zo maakt een dipje nog geen winter. Zie hoe Spakenburg een maand later weer met schwung speelt.

Van die pikken is overigens natuurlijk allemaal onzin. Jochem en Louis zijn beiden toptrainers. Maar net als alle mannen hebben ze natuurlijk geen gouden pik. Toch?

Johan Petersen
PR SV Spakenburg