gemaakt op : 24 jun. 2015

‘Het gaat echt best man’

Afgelopen zaterdag zat ik op een bomvol terras voor de kantine van Spakenburg. Zonder Jaap ‘de Schilder’. Dat is apart. Dat valt op. Want Jaap is er altijd. Ook als het niet zaterdag is.

De meest optimistische man die ik ken was in Utrecht. In het ziekenhuis, voor een zeer ingrijpende operatie, om tumorweefsel te verwijderen. Een operatie die geslaagd lijkt, alhoewel Jaap met behoorlijk wat pijn te kampen heeft (gehad). Desondanks zou het me niks verbazen als zijn eerste woorden na die acht uur durende ingreep waren: “Hoe het gaat? Prima. Best, man.”

Ik heb enorme bewondering voor zijn instelling. Ziek zijn, maar ook zo optimistisch. Soms de pijn verbijtend en tegelijkertijd de arm om iemand heen slaan en vragend hoe het gaat. Dat is voor mij Jaap, een levensgenieter, bescheiden, zichzelf wegcijferend en diepblauw. Z’n ziekte negerend, net doen alsof het er niet is, met een wijntje in zijn hand.

Jaap, dat is ook Tiny en de zonen Gerrit en Ruben. Blauwer vind je ze niet. De gezelligheid en de warmte die de club uitstraalt vinden ze enorm belangrijk. “Het gevoel dat wij bij Spakenburg hebben, is een familiegevoel”, zeiden ze in de vorige presentatiegids. “Nieuwelingen worden ook snel opgenomen in de Blauwe familie.” De rol die Jaap, Tiny, Gerrit en Ruben daarin spelen is groot. Toen ik net bij Spakenburg als vrijwilliger begon, werd ik door menigeen nagestaard met de blik: wat moet die vreemde snuiter bij ons? Jaap niet. Die stond bij de bar en vroeg geïnteresseerd: “Van wie bin jie d’r eentje? Van buuten nolletje? Maar je bent een Blauwe? En wat doe jij voor onze club? O, mooi man, hartstikke leuk dat je er bent. Wil je een biertje?” Sindsdien spreek ik Jaap altijd, als ik hem zie. Omdat je als vanzelf naar hem wordt toegetrokken, de geboren optimist. En soms is het gewoon even een tik op elkaars schouders, waarbij Jaap zeker altijd deze woorden dus zegt: “Gaat goed, echt best man.”

In al zijn eenvoud is Jaap met zijn Tiny een verbindende factor. Vraag dat ook maar eens aan de spelers. De spelersavonden die bij hen thuis worden gehouden, verdienen het predicaat: legendarisch. Jaap geniet daar gewoon van. Het samenzijn, met Blauwen onder elkaar, waarbij hij zelf op de achtergrond vertoeft. Met een glimlach.

Het is niet de vraag of Jaap binnenkort weer voor de kantine van Spakenburg staat, maar wanneer. Hij is niet voor niks lid van verdienste van SV Spakenburg. Die verdient een plek bij de Blauwen, die verdient het om na zo’n zware operatie weer met een wijntje in de hand te staan. En wij met z’n allen verdienen dat ook, omdat Jaap, Tiny, Gerrit en Ruben het Blauwe leven een stuk leuker maken. En dan wil ik weer die woorden horen: “Het gaat goed, best man.”

Johan Petersen
PR SV Spakenburg