gemaakt op : 28 mrt. 2014

Verwachtingsmanagement

Vorige week zaterdag had ik voor de wedstrijd van Spakenburg E1 een alleraardigst onderhoud met de trainer-coach van tegenstander Altius E1. Het gesprek ging over trainingsmethodiek, manier van spelen en het temperen van onevenredig hoge verwachtingen. Bij dat laatste onderwerp viel de term ‘verwachtingsmanagement’. Direct moest ik aan de ochtendshow van Edwin Evers denken, waarin bij een niet veel gehoord woord de jingle ‘een-woord-dat-je-niet-zo-vaak-hoort’ wordt gestart.

Hoe dan ook, ik realiseerde mij op dat moment dat dit punt bij onze mooie, Blauwe vereniging totaal onderbelicht is. Bij het eerste, en dan met name de TC, kent men deze term wel degelijk. Voor het begin van de huidige competitie werd niet van de toren geschreeuwd dat wij een kampioenswaardig team hebben. Met de klassering van vorig seizoen nog vers in het geheugen, werd voorzichtig een plaats bij de eerste acht genoemd, het zogenaamde linkerrijtje. Maar op het moment van schrijven, zijn wij de trotse koploper en wie had dat durven dromen? Hooguit hopen.

Momentopname
Dit soort verwachtingsmanagement is gericht op de korte termijn terwijl wij in het jeugdvoetbal naar een iets langere periode kijken dan één seizoen. Het aanwezige talent bij een voetballer is soms voor met name ouders een reden om te denken dat hun zoon het wel eens ver zou kunnen schoppen (lange termijn) of dat het onbegrijpelijk is dat hun zoon niet in een selectieteam zit (korte termijn). Welnu, in beide gevallen is de momentopname van cruciaal zo niet doorslaggevend belang, in het achterhoofd houdend dat de situatie over pakweg 12 maanden totaal anders zijn kan. Dit is een selectieprocedure waar wij als club nog wel invloed op hebben. De kunst is namelijk om zoveel mogelijk spelers van hetzelfde niveau met elkaar te laten trainen en spelen. Vervolgens maak je op basis daarvan de teamindeling en verzoek je de KNVB ze in een bepaalde klasse in te delen en dan is het nog maar de vraag of ze op het juiste niveau zitten.

 

Weerstand

De vraag die je je als club dient te stellen is: Hoe weerhoudt zich de kwaliteit van een bepaald team in de door de KNVB ingedeelde competitie? Dan kan het wel eens voorkomen dat een pupillenteam, waarvan de indruk bestaat dat ze wel aardig kunnen ballen, iedere week met dikke cijfers het onderspit moeten delven. Helaas komt het dan nog wel eens voor dat er met een priemende vinger wordt gewezen naar de trainer/coach die blijkbaar niets van de tactiek snapt of totaal verkeerd traint. Onze jongens kunnen toch goed voetballen? Vorig seizoen notabene, zijn ze zelfs nog kampioen geworden, hoe kan dit nou? Hier had van te voren verwachtingsmanagement toegepast moeten worden: Op het moment dat een team een paar klassen hoger gaat spelen, kan je er vergif op innemen dat de weerstand zwaarder wordt, in sommige gevallen zelfs zo zwaar dat het team totaal niet meer aan voetballen toekomt. In zo’n situatie kan je maar een conclusie trekken, namelijk dat ze in de vorige competitie te laag waren ingedeeld en vervolgens daarna te hoog.

Het juiste ontwikkelingsniveau is en blijft een competitie van pak hem beet 12 wedstrijden waarin je er 4 wint, 4 verliest en 4 gelijkspeelt. Dan kan je concluderen dat je op je niveau zit en leren de kinderen het meest. Betekent dit dat er totaal geen talent bij onze onderbouw loopt? Ik kan u gerust stellen, er lopen zeker getalenteerde spelers bij Spakenburg. Alleen, de weg tot de absolute top is lang en er moeten veel hobbels worden genomen. Daarnaast is het zo dat als een speler bovengemiddeld is, hij echt wel op de radar staat van een BVO waartoe Spakenburg als voedingsgebied behoort.

Fristi
Tot slot vanuit het perspectief van het kind zelf. Want wij mogen ons langs de lijn nog wel eens druk maken om van alles en nog wat maar een kind heeft een totaal andere belevingswereld. Dit schreef Sjoerd Mossou over zijn 6-jarige zoon in zijn wekelijkse column in het AD: “In de 7 maanden dat Lev nu op voetbal zit, heeft hij nog nooit gewonnen. Heel soms komt zijn team in de buurt van een gelijk spel maar meestal worden ze met een doelpuntje of 12 van het veld gerost. Voor sommige jongetjes uit het team werkt het louterend of berustend, altijd verliezen, maar de meesten zijn het na de Fristi in de kantine allang weer vergeten. Mocht er ooit een dag komen dat we winnen (en die komt er), dan gaan wij dat groots vieren met ijsjes, ranja en patat, maar dat begrijpt u”.

Geen verzonnen verhaal maar een praktisch voorbeeld wat bij iedere club voorkomt.

Ik heb het idee dat wij met zijn allen het soms veel te serieus nemen en vergeten dat voetbal een sport is voor jongetjes, of voor mannen (vaders) die nog zo graag jongetje willen zijn. Voetbal is iets met jasjes op een plein en dat een bal via de lantaarnpaal het doel binnenwaaide. Voetbal is niets meer dan het geniaal afdwingen van toeval!

Tijmen Beekhuis