gemaakt op : 27 september 2017

Affur de rucloamebordu (84)

Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijke en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue.

Culthelden
Het woord komt regelmatig in het voetbalwereldje voorbij; cultheld. Het is een etiket dat al snel op iemands voorhoofd wordt geplakt. Vooral de pers heeft er een handje van om binnen de kortste keren iemand deze titel op te spelden. Vorig seizoen was het opeens Ralph Dua die door het journaille tot Blauwe cultheld werd gepromoveerd. In mijn ogen volledig onterecht. Maar is dat zo? Is mijn beeld van een cultheld wel juist?
Eerst maar eens kijken wat het woordenboek te vertellen heeft over de cultheld. Dat valt tegen want het woord komt niet voor in de Dikke van Dale, in tegenstelling tot cultfiguur; ’een binnen een kleine subcultuur hevig bewonderd persoon, wiens leef- en denkwijze vaak geïmiteerd worden’. Als je wat verder zoekt dan komen er diverse definities voorbij die allemaal ongeveer hetzelfde zijn namelijk: ‘iemand die tegen alle heersende stromingen in zichzelf durft te zijn met onorthodoxe ideeën of projecten en dit ook durft uit te dragen.’
Ook kwam ik een artikel tegen in Het Parool van juli 2015 over de 10 culthelden van Ajax na 1995. De Amsterdamse krant gebruikte hiervoor het volgende kader: ‘iemand die zeer wordt bewonderd door een klein publiek, ondanks relatief weinig succes.'

Tot zover de literatuur over het fenomeen cultheld. Maar hoe vertalen we dat naar Blauwe cultheld? Ik heb een klein en vooral niet representatief marktonderzoek gedaan bij wat Blauwe supporters waaronder Hugo Bol en Kees Duijst. We kwamen al snel tot de conclusie dat, indien je een Blauwe cultheld bent, dit o.a. ook te maken heeft met een minimum aantal jaren dat je bij de club actief bent. Als we al deze uitgangspunten in een grote pot gooien en gaan roeren dan kom ik tot de volgende, niet wetenschappelijk onderbouwde definitie van een Blauwe cultheld: ‘een Blauwe, actief voor de club, die door zijn/haar prestaties of handelwijze afwijkt van de heersende norm en daardoor wordt bewonderd’. Kortom, personen die op ons Blauwe sportpark door hun onnavolgbare, niet te evenaren en onbegrijpelijke acties ontroeren, irriteren, verbazen en/of entertainen.

Kijken we naar voetballers van het eerste dan is Dick Hartog de eerste naam die bij mij op komt borrelen. De kleinste man van het veld, met sokken op de enkels en een stem als een scheepshoorn. En Melrik Beukers natuurlijk, de altijd scorende spits die meer uitdeelde dan incasseerde. Ben Jonker was ook cult. De bebaarde verzorger met korte, ietwat kromme benen, altijd getooid met z’n onafscheidelijke wollen muts. En dan hebben we natuurlijk de vrijwilligers. Wijlen Ome Piet bij het rad van avontuur. Sjaak Nel, speechend in het sponsorhome. Voormalig stadionspeaker Peter Kok met z’n tweewekelijkse oproep; ‘en we gaan achter de reclameborden’. Nog meer cult; de vrouw van de veel te vroeg overleden keeper Jan van de Groep die steevast haar man op de goal aanmoedigde met het ontroerende ‘kom op onze Jan’. Van dezelfde orde, en nog steeds te beluisteren, is het klassieke ‘zet’ m op Spakenburg’ van oer supporter Roel Heinen. Zomaar een vluchtige en incomplete opsomming van een aantal illustere personen. Namen van mensen die onze club vorm en diepgang gaven of nog steeds geven en medebepalend waren of zijn voor het karakter van onze vereniging.

De naam Ralph Dua misstaat uiteraard in dit rijtje. Laten we daarom nuchter blijven als er door de pers weer eens een passant als cultheld wordt gebombardeerd.

Blauwe culthelden worden niet benoemd. Blauwe culthelden ontstaan. 

Hille Beekhuis


Lei
Spakenburg-Capelle heb ik helaas moeten missen. Uitgerekend de meest onderhoudende wedstrijd tot nu toe. De laatste keer dat ik een thuiswedstrijd niet meemaken kon, was in maart 2016 en had eenzelfde reden: groundhopping. Was in 2016 nog de bestemming Hamburg, afgelopen weekend koersten wij in klein comité naar Mechelen. KV Mechelen, ooit Europa Cup 2 winnaar ten koste van Ajax, ontving St. Truiden in het stadion met de machtige naam “achter de kazerne”. Waar die naam overigens op gebaseerd is, is mij een raadsel want een kazerne ben ik niet tegengekomen. Wel een kerkhof en een heuse gevangenis beide op een steenworp afstand.

Het stadion is onlangs flink gerenoveerd maar daarentegen heeft het aan originaliteit weinig ingeboet. Veel staantribunes wat onherroepelijk voor een geweldige sfeer zorgt. Bier in overvloed, zeer vriendelijke entreeprijzen én natuurgras wat je gewoon ruiken kon. KV won verdiend met 2-0 maar als St. Truiden had gewonnen, hadden wij daar geen traan om gelaten.

Wij stonden vlak bij de harde kern van KV waar wij nog wat Steen IJsland mannetjes ontdekten. Ook de boefjes met baseballpetjes inclusief zonnebril waren goed vertegenwoordigd. Afijn, zij maakten wel sfeer maar wat bovenal opviel: de hele wedstrijd werd er met een joekel van een vlag gezwaaid met daarop de afbeelding van het robuuste hoofd van Lei Clijsters. Deze veel te vroeg overleden oud-international is voor de supporters de personificatie van waar KV Mechelen eind jaren 80 voor stond en waarschijnlijk nog steeds voor staat. Niet de meest gepolijste speler met een puntgave techniek, fluwelen loopje of een abonnement op oogstrelende goals. Nee, Lei was er één van de gestampte pot, stoempen tot het snot je voor de ogen kwam.

Nu begrijp ik ook waarom men op de naam Mechelse Herder is gekomen. Een herdershond namelijk heeft de unieke eigenschap veel, heel veel te kunnen onthouden. Bij KV Mechelen weten ze wat eren en vooral onthouden is: Lei, in 6 seizoenen uitgegroeid tot een cultheld

Tijmen Beekhuis